In een rode regencape stuift de uiterst aantrekkelijke Arendje van Nijmegen de recherchekamer van bureau Warmoesstraat binnen. Sinds haar echtgenoot met een buurman ging tennissen, is er niets meer van hem vernomen. Arendje vreest dat hij niet meer leeft. Heeft zij daar reden toe? Is er een ander in het spel, vraagt de ervaren rechercheur De Cock, met ceeooceekaa. Of heeft zij zelf misschien een aanbidder die in Richard een hinderpaal ziet? De vrouw is nog niet weg, of de wachtcommandant meldt dat er een dode man is gevonden: in een fauteuil, slechts gekleed in een krappe badjas. Het is de vermiste echtgenoot van Arendje. Kort daarop wordt Eric van Groesbeek dood gevonden, de man van wie Arendje zegt zielsveel te houden. Toeval? Daar gelooft De Cock niet meer in. Arendje lijkt een fatale vrouw te zijn. De Cock en Vledder gaan ontdekken wat ‘zielsveel’ voor haar betekent…
Language: Dutch
Biography: Baantjer werd geboren op Urk, nog voor zijn achtste verhuisden hij met zijn ouders naar Amsterdam op het Bickerseiland. Hij kreeg een christelijke opvoeding. Vooral zijn grootouders waren zeer christelijk. Appie doorloopt de lagere school en de U.L.O. In 1942 heeft hij nog zelfs in de gevangenis gezeten omdat hij in een Duitse tewerkstelling verlofbriefjes vervalste. Na de Tweede Wereldoorlog weet Appie nog steeds niet wat hij wil worden. Na een tijdje meldt zijn vader, zonder dat Appie het weet, hem aan bij de Amsterdamse gemeente politie. Op een zekere dag zei vader:' Je moet je morgen melden bij de politie'. Appie zei:'Wat heb ik misdaan?' 'Niets, zei hij', ik heb voor je gesolliciteerd.' Appie was 22 jaar, toen nog wijkagent. Later bij de radio-, auto- en motordienst en als laatste rechercheur. Appie Baantjer werkte 28 jaar aan de Warmoesstraat. Hoe begon Baantjer met zijn romans? Het begon allemaal met een prijsvraag van Het Parool. Het ging erom wie het beste korte verhaal schreef. Baantjer doet mee, maar bij het inschrijf formulier gebruikte hij de naam van zijn moeder. Het verhaal heet: Het moraal van het cliché. Het verhaal wint. Baantjer besluit daarna door te gaan met schrijven. Het boek "Vijf maal acht grijpt in" schrijft hij samen met Maurice van Dijk. Hun boek verschijnt onder de naam Baandijk, het heet "Vijf maal acht". Daarna schrijft hij nog korte stukjes voor verschillende tijdschriften en schrijft boekjes en dan begint echt zijn schrijfcarrière. Iemand vraagt Baantjer of hij niet eens een roman wil schrijven. Dit wordt Een strop voor Bobby. Een verhaal waar Albert Versteegh het onderzoek leidt, De Cock komt er nauwelijks in voor. Dit stukje staat er over De Cock in: De Cock was wat klein van stuk en de enige van ons ploegje, die een snorretje droeg. Door zijn levendige geest en zijn vermogen om alles en iedereen te imiteren was hij de komiek van de kamer. Hij was beslist een goede collega en het moet gezegd, een pientere rechercheur. Later de o zo bekende De Cock wordt in dit boek alleen bij naam genoemd. En in de rest van de De Cock boeken komt hij er wel in voor (zonder snorretje). De Cock en de strop voor Bobby is toch in de De Cock reeks opgenomen (Ook al komt De Cock er nauwelijks in voor).
